1. Skip to Menu
  2. Skip to Content
  3. Skip to Footer>

 

Belgavet  Verselebannernew  Mega2016  
 ROPA2016nrw  Verselekijkernew  De Reiger Bannertje MSN DUIVENSPORT 2  
 

SpeedyDit artikeltje komt er naar aanleiding van een prachtige natuurdocumentaire die ik onlangs zag over het paargedrag bij dieren. Het was van en met David Attenborough, een autoriteit op gebied van natuurdocumentaires.

Ik kijk duizend keer liever naar zulke programma’s dan naar een stomme actiefilm of één of andere familiesoap. Ieder zijn meug natuurlijk. Toen er een fragment aankwam over een koppel heggenmusjes, die zeer liefdevol samen tussen de dorre bladeren zaten te scharrelen naar voedsel, kon ik mijn ogen bijna niet geloven. Een tweede, vreemd mannetje zocht toenadering tot het vrouwtje maar werd natuurlijk prompt verjaagd door het eerste mannetje. Maar… in een onbewaakt moment verwijderde het vrouwtje zich ongezien van haar ”trouwe” partner en binnen de twee seconden was het gebeurd. De “vreemdeling” bevruchtte in een oogwenk de overspelige dame. Ze deed dit zeer bewust om verscheidene genen in haar nazaten te brengen. Toen Attenborough nog terloops vermeldde dat slechts 1/5de van de vogels echt trouw zijn aan  de partner viel mijn mond open van verbazing. En wij maar denken dat alleen de postbode zit te loeren op eenzame huisvrouwen en profiteert van de afwezigheid van de man des huizes.      Soms worden ook de melkboer en de bakker beticht van deze onfrisse praktijken. Maar deze laatste, och arme, hij werkt dag en nacht en ziet met moeite zijn bed. Waar zou die de energie nog halen  om zulke toeren uit te halen? Genoeg gelachen nu en terug naar de kern van de zaak.

Dus meeuwen en spreeuwen, gaaien en kraaien, vogels  allerhande, allemaal zondigen ze tegen het zesde gebod. En ja, ook onze duifjes natuurlijk. Meer dan we denken misschien. Allemaal kennen we het verhaal van de zeer middelmatige doffer die, één maal  in zijn ganse carrière, een super jong gaf. Van de buurman natuurlijk!

Ik moest onmiddellijk denken aan mijn hokbezoek bij Saeytijdt Paul en Sven enkele weken geleden. Toen ik mijn bewondering uitsprak over de prachtige, ruime kweekboxen en opperde wat een luxe deze wel waren, antwoordde Paul gezwind: “ Maar geen overbodige luxe, man. Geen gebroken eieren meer, of doodgetrapte jongskes. Het allerbelangrijkste echter is dat er niet meer vreemd kan gegaan worden. Een duivenkolonie bouw je meestal op uit enkele supers. Dan  wil je wel zeker zijn van de juiste afstamming van je kampioenen”. Ziedaar de opinie van mensen die niets aan het toeval overlaten. En groot gelijk hebben ze!

Groot is dan ook mijn verbazing als ik ergens lees dat een befaamd kampioen de moeite niet meer neemt zijn kweekkoppels zorgvuldig uit te kiezen. Vroeger, uren en uren, weken op voorhand, de koppels zitten samenstellen op papier. Allemaal nutteloos, verloren werk. Twaalf doffers en twaalf duivinnen op het hok gooien en dat ze hun plan maar trekken. Spontane koppelingen zouden meer vitale jongen geven. Minder brol! Daar heb ik toch mijn bedenkingen bij. Voor jaarling weduwnaars waar je geen jongen uit ringt ( tenzij voor de verkoop ) zie ik dat nog zitten. Misschien is het beter dat weduwnaars hun partner zelf kiezen. Verliefdheid kan wonderen doen. Alhoewel, wij zijn nogal geneigd menselijke eigenschappen toe te kennen aan dieren. Zoals verliefdheid. Wat natuurlijk klinkklare onzin is.

Wanneer duiven, gespeeld op totaal weduwschap bijvoorbeeld, terugkomen van een vlucht is de eerste de beste van het andere geslacht goed genoeg om mee te paren.

Gisteren zag ik nog een mooi voorbeeld van dierlijk overspel. Mijn weduwnaars zitten allemaal met een groot jong en ik had ze nog even, samen met hun duivin uitgelaten. Kwestie van de duivinnen nog eens hun vleugels te laten strekken. Natuurlijk wordt er terug volop gejaagd achter de duivin. Enkele gaan alweer gaan leggen, wat volgens mij absoluut geen kwaad kan op de snelheid. Misschien gaan ze wel sneller hun eerste pen stoten, maar vroege vorm is best meegenomen wanneer er nog veel duiven zijn op de wedstrijden. Liever goed spelen in april dan in juli. Maar ik dwaal af. Toen, op de nok van het dak, een doffer op het punt stond zijn duivin te trappen, kwam een andere doffer gezwind  tussenbeide. Je kent dat wel, al genoeg gezien. Hij vloog redelijk onstuimig de bijna parende doffer aan en verjoeg hem. De duivin bleef nog een ogenblik verbouwereerd, gehurkt zitten en wat niet mocht gebeuren, gebeurde toch. De rustverstoorder profiteerde van de situatie en bevruchtte de niets vermoedende duivin. Een alfa-mannetje misschien?

Kijk, ik ben geen wetenschapper maar weet toch hoeveel belang de genen hebben  bij de voortplanting, bij kweekprogramma’s. Mijn buurman die een  stoeterij runt en dressuurpaarden kweekt, rijdt helemaal naar Nederland om zijn merries te laten dekken. Bij koeien, honden of siervogels net hetzelfde. Feitelijk zijn de goede genen het allerbelangrijkste. Natuurlijk zijn de voeding en verzorging, huisvesting, training ook niet te verwaarlozen. Maar als een duif, in ons geval, de goede genen niet heeft om snel, in rechte lijn en los van de kudde naar huis te vliegen… vergeet het maar! Pilletjes of drankjes, vorm of geen vorm, het zal een prijsjesvlieger blijven. Eén enkele keer kan het wel lukken. Een toevalstreffer dan.

Natuurlijk, van al die genen zijn er misschien 5 % verantwoordelijk voor het kopvliegen. Het zogenaamde “homing-gen”. De rest van de genen bepalen de fysieke eigenschappen of karaktertrekken zoals tamheid of vurigheid. Dit laatste is echter geen synoniem voor vroeg vliegen. Waarschijnlijk zijn echte fondduiven wel van het rustige type. Het blijft natuurlijk altijd een groot vraagteken of deze bepaalde genen goed doorgegeven worden. Er zijn nog altijd de dominante, intermediaire en recessieve genen. Ik vrees dat de genen die belangrijk zijn voor goede duiven niet zo gemakkelijk doorgegeven worden. Een zeer interessant artikel daarover, geschreven door Ruben Lanckriet en Pascal Llamneau, vindt je op Pigen.be .Sportduiven en genetica. Over DNA, ouderschapsbepalingen en snelheidsgenen.

Ik denk dat goed kweken veel moeilijker is dan goed spelen. Alhoewel ...Laatst een reportage gelezen over Capelle Marc, een fenomenaal vitesser met heel wat as-duiven op nationaal vlak. Wat me opviel was wel dat in de stambomen van zijn cracks altijd as-duiven zitten. Zo ook bij Jos Das uit Meldert. Hij probeert de cracks elders op de kop te tikken en kweekt dus alleen uit de besten. Niks gemakkelijker dan goed spelen met duiven die de goede genen hebben, beweert hij zelf. Ge moet ze maar meegeven en ze zijn er altijd. Zou het echt zo simpel zijn ? Klaarblijkelijk wel.

In elk geval, we weten het allemaal, goed bloed liegt niet! Juist opletten dat het van het goede bloed voortkomt. Dus…boer let op uw ganzen!

Speedy

Sponsors

Nuttige Links

Liefhebbers

 

 

 

 

 

Copyright © 2018 Msn Duivensport.