1. Skip to Menu
  2. Skip to Content
  3. Skip to Footer>

 

Belgavet  Verselebannernew  Mega2016  
 ROPA2016nrw  Verselekijkernew  De Reiger Bannertje MSN DUIVENSPORT 2  
 

 Beekman 2014Als duivenmelker in ruste en in den vreemde blijf ik mij verwonderen over de duivensport in Nederland. Terwijl het leven hier in Maleisië rustig voort kabbelt (daarom geen “OP EIGEN HO(N)K”) is het zo’n 10.000 kilometer verder op weer hommeles in Duivenland.

Wederom staat het hot item van de afgelopen jaren, het beperken van het aantal ingezette duiven, in the picture. Een thema waarover men het maar niet eens wil worden. Wellicht ook omdat het nooit grondig en objectief bestudeerd wordt. De NPO schittert door passiviteit en ook de secties laten op dit gebied nog weinig van zich horen.

Misschien dat de secties volgend jaar hun vingers aan dit hot item willen branden. De oplossing is namelijk verre van eenvoudig en het probleem is dat er geen sprake is van een objectieve meningsvorming. De opinie wordt grotendeels gevormd op diverse sites en in enkele duivenbladen. Echter zelden gebaseerd op feiten. Vaak spelen emoties en gevoelens van teleurstelling een rol.

Verpakt in een boodschap “in het belang van de sport”, geschreven door schrijvers die zelf de prestaties van vroeger jaren niet of nauwelijks meer weten te realiseren en die dit wijten aan de massainkorvers.Het vinden van medestanders is dan niet moeilijk want de meeste duivenmelkers realiseren niet de prestaties die zij zich wensen. Een zondebok is dan ook snel gevonden terwijl er veel meer aspecten zijn dan het ingekorfde aantal duiven.

Qua tijd bijvoorbeeld hadden en hebben de schrijvers en veel andere liefhebbers die de degens kruisen met de massainkorvers veel meer uren ter beschikking dan gemiddeld. Bijvoorbeeld alle schrijvers die zich voor een inkorfbeperking uitspreken waren al full profs, lees beroeps/topspelers, voordat de massainkorver zijn intrede deed. Terwijl ze zelf in hun succesvolle jaren zeker ook niet tot de kleinste liefhebbers behoorden. De klachten komen dan ook wat mij betreft een beetje uit verdachte hoek. Het is niet fijn als je altijd “de man” was om een stapje terug te doen. De sport verandert echter snel en de vraag is of deze opiniemakers met de tijd zijn meegegaan.

Om nu niet alleen maar met modder te gooien naar de expliciete voorstanders van de inkorfbeperking probeer ik het hot item vanuit meerdere perspectieven te benaderen. Niet alleen nu maar al veel eerder zoals een aantal passages uit oude weekstukken die ik hieronder kopieerde laat zien (ik heb de tekst “schuin” geplaatst zodat degenen met minder tijd of zin om deze stukken te lezen ze makkelijk kunnen overslaan). 

Ook probeer ik objectief te zijn. Ik heb zelf geen belang meer maar men zal mij nadragen dat ik vrienden heb die veel duiven inkorven. Hiertegen over staan echter ook voldoende vrienden met hele normale aantallen (20 tot 60 vliegduiven). Heel kleine liefhebbers (zeg maximaal 20 vliegduiven bij aanvang van het seizoen) ken ik niet of nauwelijks. De enkelingen die ik kende zijn inmiddels gestopt. Veelal door leeftijd. De meeste kleine liefhebbers die ik dan nog “weet” zijn “hobbyisten”. Zij die het gewoon leuk vinden om duiven te houden en door tijds- en of geldbeperking voor de aardigheid spelen met een paar duiven. De vraag is dan ook of deze groep als referentie moet dienen.

Naar mijn smaak moet er gewoon een weloverwogen beslissing genomen worden. Dat wil zeggen een besluit dat de kool en de geit spaart. Typisch Nederlands eigenlijk. Een besluit dat de liefhebbers van veel duiven aan boord houdt maar ook de “gewone” liefhebbers enigszins beschermd. In Augustus schreef ik er ook al over (zie een stukje verder hieronder de letterlijke tekst).

Drastische maatregelen nemen heeft geen zin. Dan zorgt niet de te grote dominantie van enkele spelers voor de ondergang van de sport maar neemt de inkorfbeperking deze rol over. Bijvoorbeeld “60 jongen duiven opgeven” klinkt leuk maar het zal leiden tot zeer beperkte deelname na enkele vluchten. De gemiddelde liefhebber verspeelt namelijk op de eerste paar vluchten 25 tot 50 procent van zijn jonge duiven. Ook denk ik dat het probleem van dominant spel niet wordt opgelost. De echte full profs gaan dan hun duiven dusdanig goed opleren zodat ze met 60 optimaal geprepareerde en al super geroutineerde duiven aan de start komen.

Het gaat volgens mij om redelijke aantallen zodat de echte extreme aantallen niet meer in de lijst voorkomen. Zoals beschreven in onderstaande tekst van AUGUSTUS 2018:

Over ergeren gesproken. Ik ben benieuwd of er deze week weer zo’n polemiek ontstaat over de meest besproken vader en zoon combinatie in Duivenland. Ditmaal brachten ze 351 duiven aan de start maar behaalden ze een doodgewone 38e plaats in samenspel Gouwe en IJssel. Wel draaiden ze er nog 29 bij de eerste 100. Dit lijkt veel en het zijn ook veel duiven, echter het zijn er in verhouding een stuk minder dan de 11 duiven die Loet de Groot bij de eerste 83 draait. Terwijl hij er “maar” 43 mee heeft. Hierover hoor je niemand. En terecht want goed pakken hoort gewoon bij de sport.

Het is alleen een beetje jammer dat er inmiddels ook veel grote liefhebbers en enkele zeer grote liefhebbers die goed pakken. Vroeger stond groot voor slecht maar dit is door de verbeterde kwaliteit van de duiven en de toegenomen inzet van al dan niet professionele melkers al enige jaren niet meer het geval. Het resultaat is (soms te) dominant spel en niet alleen door de veel besproken combinatie uit Reeuwijk. Zo zie ik in de uitslag van deze week van de eerder genoemde afdeling ook zeer in het oog springend spel van twee liefhebbers die van hun respectievelijk 99 en 100 junioren er respectievelijk 73 en 72 in de prijzen pakken op Pointoise. Ongekend goed! Echter als het je buurman is word je er natuurlijk niet vrolijk van. Vreemd genoeg hoor je hier weinig tot niets over.

Wellicht omdat rond de 100 duiven inmiddels een “gewoon” aantal is geworden. Zeker met de jongen …. Al valt het wel te prijzen dat er nog melkers zijn die na alle moeilijke omstandigheden om en rond de vluchten nog een dergelijk aantal duiven in superconditie aan de start kan brengen. Dit laatste is namelijk geen sinecure en ik spreek uit ervaring. Niets is moeilijker dan het runnen van een grote kolonie laat staan het op het juiste moment er staan met een dergelijk aantal duiven. Dit aspect hoor je maar weinig op de sociale media. 

Zoals een zichzelf respecterend schrijver betaamd heb ik ook nagedacht over een oplossing om dit dominante spel in te perken. Vliegen met bijna 400 duiven is er namelijk wel een beetje “over” zoals een collega schrijver dit verwoordde.

 Althans, ik heb dit geprobeerd. Eenvoudig is het niet. Sterker nog ik zou geen echte oplossing weten. Het aantal duiven dat telt voor de punten beperken brengt namelijk vrijwel niets op. De prijspercentages stijgen aanzienlijk en het heeft nauwelijks invloed op de klassering van de vroegste duiven. Natuurlijk ziet het er visueel beter uit maar dat is vooral optisch bedrog, vooral met de oude duiven. Op de natour zou het wellicht een beetje helpen omdat de onervaren jongen dan uit de kop van de uitslag verdwijnen. Er is natuurlijk geen duivenmelker op aarde die zijn onervaren jonge duiven bij de eerste 30 zet.

Het van te voren opgeven van 30 duiven wordt ook veel genoemd als optie om het dominante spel te beperken. Los van het feit dat dit naar mijn mening zou leiden tot een enorme, m.i. dramatische, teruggang in de deelname zal het sportief ook niet veel opleveren. De topspelers kunnen namelijk met gemak 30 goede tot zeer bruikbare meerjarige duiven opgeven terwijl een “kleine” liefhebber zijn hele bestand moet opgeven. Het enige voordeel waarop een aanhanger van dit systeem zou kunnen wijzen is dat hierdoor de grote invloed van de jaarlingen op de uitslagen minder zou kunnen worden. Hierbij komt dan wel weer het nadeel dat de concoursen zeer snel weg zullen zijn. De vaste oude duiven missen weinig en een goede liefhebber klokt zijn portie en nog veel meer dan dit meer dan vlot.

Ook het hebben van twee uitslagen (een met alle duiven en de andere met de selecties) helpt naar mijn bescheiden weinig. Liefhebbers vragen altijd wie er het vroegste is en niet naar het feit of het een duif van buiten de eerste 30 is of niet. Bovendien zou het mij een vreemd gevoel geven “te winnen” met een duif van mijn eerste 30 terwijl ik zou weten dat er nog vele andere duiven vroeger zitten ….. 

De minst slechte oplossing zou mijns inziens zijn om het aantal duiven dat onder een naam gespeeld mag worden enigszins te beperken. Zeg zo’n 75 oude duiven (of als uiterste maximum 100). Voor de jonge duiven zouden dan de dubbele aantallen moeten kunnen gelden. Als er dan op de natour altijd gescheiden uitslagen gemaakt worden voor oud en jong is de dominantie ook minder groot. Bijkomend voordeel van dit laatste is dat er meerdere winnaars zullen zijn waardoor er weer meer liefhebbers tevreden zullen zijn. Tevreden liefhebbers stoppen in de regel niet, omstandigheden daargelaten.

Exact een jaar geleden schreef ik overigens ook over dit hot item. Met een andere insteek. Namelijk kwaliteit van melker en duif. Iedereen doet namelijk aan zelf overschatting van zichzelf en zijn duiven. Leuk was in dit kader een ontmoeting die ik in februari dit jaar had met een nieuwe topspeler uit het Noorden van het Land. De strekking van zijn verhaal was dat hij zich pas realiseerde dat hij echt topduiven bezat toen hij ze daadwerkelijk op zijn hok had en de uitslagen dit aantoonden. Hiervoor dacht hij altijd topduiven te hebben maar had hij ze feitelijk niet. Niet helemaal toevallig kwam de kwaliteitsinjectie uit de regio waarover altijd zoveel te doen is.

Hieronder het stuk van vorige jaar:

Er zijn naar mijn mening veel overeenkomsten tussen onze vrije tijdsbesteding en deze (beroeps)sport(= Wielrennen). Wellicht is dat ook de reden waarom ik er zo graag naar kijk. Ondanks het vaak voorspelbare scenario komt in de laatste fase van beide sporten de absolute klasse vrijwel altijd komt boven drijven.

Dit laatste wordt in onze sport vooral de laatste jaren vaak genegeerd. De nadruk wordt veelal gelegd op het aantal ingemande duiven, terwijl het bij ons natuurlijk ook gaat om de absolute klasse. Van melker en duif. De melker moet er voor zorgen dat zijn duiven de combinatie van kracht, conditie en vaardigheid, lees de kwaliteit, hebben om zo snel mogelijk naar huis te komen.

Plus nog iets extra. In tegenstelling tot de menselijke sport waarbij de atleet zelf zorgt voor de motivatie moet de baas van de duif er voor zorgen dat de duif graag naar huis komt. Zonder dit laatste element zit je geen week vroeg. Een duif weet immers niet dat hij of zij naar huis vliegt omdat de eigenaar er zo nodig een wedstrijd van wil maken.

Dit schrijft makkelijk maar is in de praktijk dus niet zo makkelijk. Het is een kunstje dat de ene duivenliefhebber simpelweg beter beheerst dan de andere. Ook hier geldt dat de ene liefhebber gewoonweg over meer absolute klasse beschikt dan de andere. De ene heeft nu eenmaal meer gevoel voor de omgang met duiven dan de andere. Dit erkennen is echter voor velen niet het makkelijkste onderdeel van onze sport. De meeste liefhebbers die het laken niet naar zich toe kunnen trekken wijzen niet naar zichzelf als voornaamste oorzaak van de niet behaalde resultaten. Debet aan dit falen zijn altijd alle andere liefhebbers of externe factoren.

Het gaat ook lang niet altijd om geld. Ik ken tophokken waarvan de eigenaren jaarlijks niet meer dan een paar tientjes investeren terwijl prestaties op peil blijven. Ook dit is vaak een kwestie van talent en klasse. Als je op het goede moment bij een goede liefhebber komt hoeven duiven niet veel te kosten. Hierover later nog wat meer.

Een belangrijke factor is wel de tijd die je aan de duiven kunt besteden. Hoe meer goed bestede tijd hoe beter in de regel de resultaten. Goed bestede tijd is overigens niet synoniem aan onbeperkte tijd. Het gaat er om dat op het juiste moment het juiste gedaan wordt om de duiven tot prestaties te doen komen.

Dit is voor een ieder overigens weer persoonlijk want de ene liefhebber loopt de hele dag op de hokken terwijl de andere zich beperkt tot bezigheden in ochtend en avond. Het gaat er om dat de liefhebber de tijd zo kan besteden zoals hij dit zelf wenst.

Dit jaar leerde ik dat veel tijd besteden aan de jonge garde zich loont. Niet alleen trainden ze prima bij huis, ook op de vluchten vertaalde dit zich in voor mij de laatste jaren niet voor mogelijk gehouden prestaties. 

Natuurlijk kwam er bij dit laatste, ook niet helemaal toevallig, de absolute kwaliteit. Bij de jonge duiven die zich bijvoorbeeld op de natoer bij de eerste vier in de kampioensduiven stand klasseerden in Kring 4 stroomt het goede bloed rijkelijk door de aderen.

Opvallend genoeg kreeg ik de moeder van beide duiven die ik zelf kweekte. Voor niets, nul komma nada. Zo was de moeder van de vierde in de eindstand vorig jaar kampioensduif Generaal in rayon F en zij werd gekweekt door Piet Rol. De grootmoeder van de tweede in de eindstand is de gekende Olympic Stephanie, haar kleindochter werd bekomen van Buck en Martijn de Kruijf.

Ook de vaders kwamen overigens op deze wijze richting Aalsmeer. Van de tweede in de stand via de combinatie van Wanrooij uit Geffen en de ouders van de vader van de vierde kwamen ooit via Henri Wittens uit Den Bosch. Kortom ook hier was geen sprake van groot geld.

Natuurlijk en zeker voor de volledigheid wil ik melden dat ik ook wel eens duiven aanschaf. De derde duif in de eindstand werd wel aangekocht. Via Ton Mengerink uit Assendelft kocht ik de laatste twee jaar jaarlijks tien jonge duiven van Carl & Cyriel Lambrechts uit Berlaar. Duiven van een tophok uit een van de sterkste regio’s van België. Duiven die het zowel alleen de massa en de commercie die een rol spelen ….

Dat het hot item niet “van vandaag of gisteren” is blijkt al uit het stuk dat ik in oktober 2015 schreef (zie hieronder). Hierin legde ik de focus op het geringe percentage van de massainkorvers ten opzichte van de totale deelname en wederom de relatie tot kwaliteit. Nog altijd denk ik dat dit laatste een doorslaggevende rol geeft.

Hiertoe een leuk stukje geschiedenis. Rond de eeuwwisseling speelde ene Dirk Zeepers in de regio Amsterdam op de Vitesse en de Natour alles kapot met slechts een twaalftal weduwnaars. Op een aantal vluchten speelde hij rustig een tot en met drie of vier tegen vele duizenden duiven. Zijn geheim, een volle vleugel (!), heel veel opleren (“recht laten vliegen”) en zeker niet onbelangrijk een koppel waaruit deze vooruitvliegers kwamen. Kwaliteit dus want toen na enkele jaren de kinderen van dit koppel als jong verloren gingen was het snel gedaan met zijn pret.

In zijn geval had de massa dus geen enkele invloed op de trek. Iets dat ik ook niet geloof want ik geloof nog steeds niet dat een beperkt aantal duiven de andere duiven in concours hun wil (lees trek) kan opleggen. Als dit al zou gebeuren kan dit alleen op het moment dat ze al vanaf het moment van lossing op kop liggen. En als dit dan zo zou zijn is de cirkel qua kwaliteit weer rond.

Hieronder de letterlijke passages uit het weekstuk van oktober 2015. Inclusief berekeningen. LET OP. Hierin wordt gesproken over het oude voorstel. Het nieuwe voorstel kunt u lezen op de site van Kees Bosua.

INKORFBEPERKING ZUID HOLLAND

Niet te missen in alle publiciteit is de beperking van het aantal duiven die voor de punten tellen in afdeling 5 Zuid Holland. Om misverstanden te vermijden hieronder de letterlijke tekst van het voorstel overgenomen van de site van Kees Bosua (met wat schrapwerk in de beleefdheidspassages).   

Om de sport meer gelijkwaardig te maken is het noodzakelijk om geleidelijk een inkorfbeperking in te voeren. Hiermee zal het ongehinderd steeds meer duiven inkorven een halt worden toegeroepen. De overheersing van een aantal melkers neemt het plezier van vele anderen weg. Om niet direct een revolutie te ontketenen is het wellicht verstandig om met twee uitslagen te werken. De eerste uitslag zal gebruikt worden om de kampioenschappen uit op te maken en zal de hoofduitslag worden. In deze uitslag wordt een beperkt aantal duiven opgenomen. Het maximale aantal ( ploeg) van de inkorfstaat zal zijn:

30 oude duiven, 60 jonge duiven en 45 duiven voor de nalijn

Maximaal 1 ploeg per liefhebber. Maximaal 1 ploeg per adres, kavel en/of coördinaat. 

In een tweede uitslag kunnen alle duiven op vrijwillige basis worden opgenomen. Indien een liefhebber er voor kiest om niet tegen alle overige duiven te willen vliegen dan zal de liefhebber ook niet worden opgenomen in de uitslag.

Het bestuur DC&VB is van mening dat dit voorstel een eerste aanzet is tot eerlijk spel. In een later stadium, om echt gelijkwaardigheid te krijgen zou er voor het seizoen een beperkt aantal duiven moeten worden opgegeven en dus niet een aantal van de inkorfstaat. Het aantal dat moet worden opgegeven is het gemiddeld aantal oude en jonge duiven van de afgelopen jaren. Dit zullen circa 25 oude en 30 jonge duivenzijn. De ongelijkheid in kwaliteit, tijd en ruimte is al meer dan voldoende. Alleen in aantallen is te sturen.

Met bovenstaande voorstel proberen de liefhebbers uit Dordrecht en directe omgeving de oneerlijkheid in onze sport te bestrijden. Een kansloze poging als je het mij vraagt. Duivensport is niet eerlijk en wordt nooit eerlijk.

Terug naar de marathon die op de achtergrond gelopen wordt. Een analogie met de marathonwereld is snel gemaakt. Waarom loopt daar immers op een immens deelnemers veld een groepje toppers uit Afrika voorop en niet een aantal Europeanen? Iedereen zal het antwoord kennen. Het gaat namelijk om het talent en de kwaliteit. Ondanks dat ze ver in de minderheid zijn in het totale deelnemersveld zegevieren de deelnemers uit (Noordoost en Oost) Afrika in de regel. Ze hebben de meeste aanleg, trainen altijd op hoogte en zijn van jongs af aan gewend om grote afstanden te lopen waardoor hun lichaam beter geschikt is voor het leveren van de gewenste prestaties. Misschien is dit door evolutie zelfs wel geoptimaliseerd maar dit gaat wellicht wat ver.

De vergelijking met de duivensport is m.i. dan ook eenvoudig en vrijwel een op een te maken. Ook hier domineren de goede hokken vrijwel altijd over de gewone hokken.

Wat cijfers. Als voorbeeld neem ik de afdeling Zuid Holland omdat hier de kat de bel aangebonden werd.

In de afdeling Zuid Holland worden wekelijks  veel duiven ingekorfd tussen, de 33.000 en de 8.000 oude duiven op de Midfondvluchten en tussen de 15.000 en ruim 4.000 duiven op de Dagfond. Toch wordt er geklaagd over de dominantie van een aantal hokken en de gunstige invloed op de prestaties van het aantal door hen ingekorfde aantal duiven.

Om maar man en paard te noemen, zet ik de aantallen van Bas (en Gerard) Verkerk en Willem de Bruijn af tegen de totale deelname in bovenstaande categorieën.

Midfond versus de deelname in de hele afdeling, klassering in het “Rayon Oost”

Datum

Vlucht

#duifafd5

#Verkerk

#deBruijn

vroegste

%Verkerk

%deBruijn

9-5-15

Pont

32967

158

139

3e

0,48%

0,42%

17-5-15

Nanteuil

31442

155

138

1e

0,49%

0,43%

30-5-15

Nanteuil

21853

102

110

34e

0,47%

0,50%

13-6-15

St Just

18703

130

107

3e

0,69%

0,57%

27-6-15

Nanteuil

15640

117

91

8e

0,74%

0.58%

11-7-15

Pont

16113

115

97

8e

0,71%

0,60%

26-7-15

M’court

8191

101

86

2e

1,23%

1,04%

Dagfond versus de deelname in de hele afdeling, klassering in “de afdeling”

Datum

Vlucht

#duifafd5

#Verkerk

#deBruijn

vroegste

%Verkerk

%deBruijn

23-5-15

Blois

15528

139

115

5e

0.89%

0.74%

6-6-15

Vierzon

11506

115

109

1e

1,00%

0,95%

20-6-15

Bourges

9742

113

87

1e  

1,16%

0,89%

11-7-15

C’roux

5097

103

91

2e

2.02%

1,79%

1-8-15

Ruffec

4133

96

79

2e

2,32%

1.91%

Wat feiten/uitkomsten op grond van deze cijfers. De sterkste van de twee, Verkerk, korft maximaal 1,3% van het totaal aantal duiven in op de Midfond en maximaal 2,32% van de duiven op de Dagfond. Samen met dorpsgenoot  WdB zijn deze percentages respectievelijk 2,27% en 4,23%. Let wel dit zijn de percentages ten opzichte van de totale aantallen duiven in de afdeling 5 op de laatste vluchten van beide onderdelen. Op de eerste vluchten van deze onderdelen korven beide toppers slechts 0,90% (Midfond) en 1,63% (Dagfond) in.

Enkele conclusies. Natuurlijk is het vervelend als er dominante liefhebbers in een samenspel of afdeling domineren vooral als je in de directe nabijheid van dergelijke toppers woont, maar op grond van de naakte feiten kan ik twee niet te ontkennen / weerleggen conclusies trekken.

Het lukt de overige 99,10% tot 97,73% van de ingekorfde duiven niet om de duiven van Verkerk en de Bruijn in globale zin hun wil op te leggen. Waarschijnlijk is het net als bij de marathon, de duiven uit Reeuwijk zijn gewoon getalenteerder en worden beter verzorgd / gebracht. Vooral als hierbij in ogenschouw wordt genomen dat beide topliefhebbers niet in de voorhand van hun afdeling woonachtig zijn. Hun duiven vliegen zo’n 25 kilometer verder dan die van de indieners van het voorstel.

Beide toppers weten hun duiven beter in de strijd te houden. Waar anderen de handdoek werpen of hun interesse verleggen naar andere onderdelen blijven zij inkorven. Week in week uit vliegen ze en dit deert de duiven ogenschijnlijk weinig. Het lijkt ze bovendien een betere sterkere duif op te leveren.

Een algemene slotconclusie over het voorstel van DC & VB Dordrecht mijnerzijds is dat het een zinloos voorstel is. Een relatief kleine groep duiven (zie percentages) legt de grote groep alleen haar wil op op grond van kwaliteit en begeleiding.

Het beperken van de deelname lost dit niet op want de toppers zullen hiervoor een oplossing zoeken. Nog betere duiven, nog betere begeleiding en selectie.

Beter zou zijn dat de indieners van dit voorstel de “fout” bij zichzelf zoeken, eens meer in de helikopter zouden kruipen en eens meer zouden reflecteren. Vroeger was Dordrecht en omgeving niet te kloppen maar nu ze van de overvlucht regelmatig een pak slaag krijgen proberen ze de spelregels te veranderen. Met de illusie dat dit iets oplevert maar met een praktijk die m.i. anders uit zal vallen.

Met het eerste deel van het voorstel is er nog relatief weinig aan de hand (alleen de uitslag wordt iets korter maar topliefhebbers zullen beter letten op de duiven die ze bovenaan zetten). Het tweede deel van dit voorstel is echter zorgwekkender. Dit zal leidden tot minder deelname! 25 Oude duiven klinkt als veel maar in de praktijk zijn dit er bij de start van de eerste vlucht misschien nog 25 maar ten tijden van de eerste dagfondvlucht zijn dit er hoogstens nog 20 tot 23. Als er geen sprake is van een dubbelvlucht want dan gaan deze aantallen op de meeste hokken nog door twee. Deze 20 tot 23 duiven zijn op het gemiddelde hok lang geen goede duiven die echt niet week in week uit mee kunnen in het bij tijden helse programma van Midfond- en Dagfondvluchten die elkaar in deze periode afwisselen. Hierin kunnen alleen de allersterkste duiven mee.

Het resultaat hiervan is dat bij de laatste vlucht van een onderdeel  korft de gemiddelde liefhebber er dan nog 5 tot 10 in. Gewoonweg omdat de duiven niet meer voldoende in vorm zijn, de baas geen geld genoeg meer heeft om de dure Dagfond en Midfond te betalen of omdat ze hun aandacht verlegd hebben.

Mij maak je namelijk niet wijs dat deze melkers nu wel blijven meedoen waar ze dit al jaren niet deden of niet konden …. Hopelijk krijgt dit voorstel dan ook geen brede navolging ….

Ik ben dus zeer nieuwsgierig hoe een en ander verder gaat. Dat er iets moet gebeuren is mij natuurlijk ook wel duidelijk. Het hoe en wanneer is echter niet zo eenvoudig. Het hot item zal zonder twijfel nog een vervolg kennen.

Tot volgende week,

Michel Beekman

Sponsors

Nuttige Links

Liefhebbers

 

 

 

 

 

Copyright © 2018 Msn Duivensport.